Olivier Cousin

Loire

Olivier Cousin nam in 1987 het domein van zijn grootvader in Martigné Briand, ten zuiden van Angers over, wat toen 12 hectare besloeg. Hij had het geluk dat zijn grootvader de gaarden nooit heeft bespoten, waardoor de gaarden waar tegenwoordig wijn van wordt gemaakt al decennia lang onbespoten zijn geweest. Sinds 1996 zijn de gaarden zelfs biodynamisch gecertificeerd, alhoewel de gaarden al sinds ’87 zo door Olivier werden behandeld.

Tegenwoordig maakt Olivier alleen nog wijn van zijn meest geliefde druif, namelijk Cabernet Franc. De rest van de gaarden heeft Olivier doorgegeven aan zijn zoon Baptiste, die nu wijn maakt van Chenin Blanc, Gamay, Pinot d’Aunis en Grolleau. Olivier bewerkt de Cabernet Franc-gaarden vandaag de dag nog steeds een paar keer per jaar met zijn paard ‘Joker’. In 2005 stapte Olivier uit de AOC Anjou om zo meer ruimte te hebben om te experimenteren met natuurlijke vinificatiemethodes, waardoor vandaag de dag zijn beide wijnen alleen nog de classificatie van Vin de France dragen. Olivier gebruikt dan ook liever de letters AOC als afkorting voor ‘Appellation Olivier Cousin’, of nog beter, voor ‘Aimer, Observer, Cultiver’. Olivier is zo wars van moderne techniek en chemie dat ‘ie naast het totaal natuurlijk vinifiëren van zijn wijnen zelfs geen elektriciteit in zijn kelder gebruikt.

De twee wijnen van Olivier, beiden Cabernet Francs, zijn zo puur als ze maar kunnen zijn. Beiden zijn het schoolvoorbeelden van hoe Cabernet Franc zou moeten worden gebruikt voor wijn; de één fris, jong en sappig, terwijl de ander serieuzer en strenger is, zonder zwaar of stroef te zijn. Het grote verschil is dan ook de leeftijd tussen de stokken. Wel hebben beide cuvées het verfijnde kruidige, vegetale en cassis-achtige karakter waar de druif bekend om staat.

Naar de wijnen van Olivier Cousin

Cabernet Franc-qvevri ingegraven in de gaarden