Fabio Gea

Piëmonte

Fabio Gea maakt wijnen van druiven van kleine percelen in en rondom Barbaresco. Hij heeft de gaarden overgenomen van zijn grootvader Pòtu (verkleinwoord voor Giuseppe in dialect). In de tijd van zijn grootvader bevonden de wijngaarden zich nog in een polycultuur, en de grootvader van Gea was een deskundige op het gebied van druivenrassen en een fanatiekeling in het aanplanten van verschillende, obscure rassen, waardoor er ooit meer dan 200 druivenrassen op zijn land stonden. Het verzorgen en onderhouden van de wijngaarden sloeg een generatie over en de meeste percelen die de grootvader bewerkte werden verlaten. Fabio besloot na zijn doctoraat en een aantal jaren als succesvol geoloog voor bedrijven te hebben gewerkt deze wereld te verlaten en de familietraditie opnieuw op te pakken door de wijngaarden weer in vorm te brengen.

De hele onderneming bestaat uit een paar lijnen Nebbiolo binnen en buiten de Barbaresco-aanduiding, evenals kleine stukjes Dolcetto en Barbera – in totaal 0,9 hectare. Al het wijngaardwerk gebeurt met de hand, met minimale behandelingen van alleen koper en zwavel. In de kelder, afgezien van experimenten in ‘toilet’ (Gea heeft zijn eigen porseleinen amforen gemaakt), gebruikt hij oude vaten van 440 liter en 500 liter, glas en RVS. De totale productie is ongeveer 5000 flessen per jaar, verdeeld over zes of zeven verschillende cuvées.

Sommige wijnen zijn traditioneel, andere absoluut out-of-the-box en een tikkeltje absurd, maar desalniettemin mega puur en energiek. Zijn Barbaresco’s zijn voorbeelden van hoe Barbaresco zou moet zijn (en hoe Barbaresco ook al relatief jong zoveel finesse kan hebben), maar een wijn als DNAss laat zien dat Gea met absurde technieken absurd fijne wijnen kan maken. Hadden we al gezegd dat DNAss semi-carbonic maceration ondergaat in zelfgebouwde ovale, zandstenen vaten die drijven in een zwembad?

Naar de wijnen van Fabio Gea