Domaine Ruhlmann-Dirringer

Elzas

Het domein Ruhlmann-Dirringer is ooit opgericht door mevrouw Ruhlmann en meneer Dirringer, de grootouders van Léo, maar de wijnkelder waar de wijnen nog steeds worden gemaakt dateert uit 1578. De generaties vóór mevrouw Ruhlmann en meneer Dirringer waren ook al wijnbouwers, en hadden aan beide kanten van de familie altijd al wijngaarden en hielden vee. Wel waren de grootouders van Léo de eerste generatie binnen de familie die dan ook met de geboorte van het domein ook gebottelde wijn gingen verkopen. Vóór hen werd de wijn voornamelijk gemaakt voor eigen consumptie, en indien het verkocht werd, werd het verkocht per vat.

De ouders van Léo, Rémy Dirringer en zijn vrouw Annie namen daarop het wijndomein over, en brachten het domein de wereld van de biodynamische landbouw in. Annie komt net zoals Rémy uit een wijnmaak-familie, maar dan uit Muscadet-en-Loire. Het domein, gelegen in het zuidelijke deel van het ‘Bas-Rhin‘-gedeelte van de Elzas, beslaat zo’n 13 hectare, en wordt tegenwoordig in steeds mindere mate door vader Rémy en moeder Annie, en in steeds grotere mate door zoon Léo met passie en liefde onderhouden, en biodynamisch bewerkt. Ook zijn er twee medewerkers in dienst, die Léo goed ondersteunen.

De gaarden zijn over het algemeen aangeplant op graniet en zandsteen, en zijn voor het grootste deel gelegen rondom de wijnkelder in Dambach, met uitzondering van een gaard Riesling in Scherwiller, welke is aangeplant op een Steinweg (een kalk- en kiezelbodem). De gemiddelde leeftijd van de stokken is zo’n 35 jaar, maar er zijn uitzonderingen van een aantal percelen met vieilles vignes. De familie bezit een breed scala aan verschillende aangeplante druivenrassen, waaronder Riesling, Pinot Blanc, Pinot Gris, Sylvaner, Auxerrois, Muscat Rose à Petits Grains en Pinot Noir. Één van de mooiste gaarden in het bezit van de familie is Grand Cru Frankstein, waar meerdere biodynamische wijnhuizen gaarden bezitten, wat ervoor zorgt dat een groot deel van deze Grand Cru-appellatie kerngezond is.

Omdat Léo uit een echt wijnmakersgezin komt, was de keuze om in de voetsporen van zijn ouders te treden een logische. Na zijn studie oenologie in Montpellier en na het worden van ingénieur oenologue na zijn studie in Changins, Zwitserland liep Léo stage bij onder andere Marie-Thérèse Chappaz en Blaise Duboux in Zwitserland en bij Domaine Ostertag in de Elzas. Bij Chappaz en Ostertag leerde Léo de fijne kneepjes van de biodynamische landbouw, en nam daarna zijn kennis mee terug naar het familiedomein.

Hoe meer wijn Léo proefde en hoe meer wijn Léo wijn begon te beschrijven in proef-omgevingen, hoe meer hij het idee kreeg dat hij niet eens kon aangeven of hij de wijn zélf wel lekker vond of niet. In de daaropvolgende zoektocht naar wat hij zelf écht lekker vond, begon hij te begrijpen dat wijn in veel gevallen beter op een ’emotionele’ manier kon en moest worden geproefd. Het vasthouden aan objectieve, technische en klinische proefterminologie en het uitschakelen van emotie waren zaken die hij liever achter zich wilde laten. Dit was ook de periode in zijn proef-tocht dat hij begreep dat hij natuurlijk wijnen prefereerde, en dat deze wijnen ook hetgeen waren wat hij zelf wilde gaan maken.

Toen Léo in 2017 het domein van zijn ouders overnam, begonnen hij dan ook van meet af aan met het produceren van een aantal natuurlijke cuvées. Voor alle cuvées die Léo zelf maakte en nu maakt, geldt dat de wijnen met natuurlijke gisten zijn vergist, niet worden gefiltreerd of worden geklaard en niet worden gezwaveld. ‘Pur jus’ zou Léo zeggen. Langszij maakt zijn vader tot op de dag van vandaag nog wel een aantal wijnen met een wat klassiekere inslag. Deze wijnen worden licht gefiltreerd en worden gezwaveld, maar in principe worden alle wijnen die uit de kelder komen met inheemse gisten vergist, en komen alle druiven uit gezonde gaarden. Langzamerhand begint Léo een aantal wijnen die door zijn vader ‘klassiek’ werden gevinifiëerd het natuurlijke deel van het spectrum in te nemen, met de hoop dat op een gegeven moment er nog louter natuurlijke wijnen worden geproduceerd.

Voor de vinificatie en het behandelen van de druiven in de kelder luistert Léo naar advies van onder andere natuurwijnlegende Patrick Meyer (Domaine Julien Meyer!), en dorpsgenoten Eric Kamm en Florian Beck Hartweg. Verder adviseren Pierre Sanchez en Xavier Couturier Léo veel, wie beiden gerenommeerde raadgevers zijn voor de natuurlijke vignerons in de Elzas.

De wijnen die Léo nu zelf maakt staan bol van spanning, energie en mineraliteit. De experimenten met partiële, korte of lange maceraties en het maken van oranje ‘infusies’ (zoals Métisse) laten zien dat Léo de fijne kneepjes van het vak in de hand heeft, en de terroir-expressies van het graniet hoog in het vaandel heeft staan. De toekomst ziet er veelbelovend uit, en wij zijn enorm blij met Léo samen te mogen werken.

Naar de wijnen van Ruhlmann-Dirringner

Oogst