{"title":"Domaine Philippe Jambon","description":"\u003cb\u003eOppervlakte\u003c\/b\u003e 5 ha.\u003cbr\u003e\n\u003cb\u003eNatuurlijk sinds\u003c\/b\u003e 1997\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\n\u003cb\u003eOver de wijnmaker\u003c\/b\u003e\u003cbr\u003e\nPhilippe Jambon komt uit Ouroux, in het noordelijke deel van de Beaujolais waar geen wijn wordt gemaakt. Hij begon zijn loopbaan als sommelier in sterrenrestaurants, onder meer bij Roger Vergé en als laatste bij Frédy Girardet in het Zwitserse Crissier. Rond 1990 at hij in Lausanne in het restaurant van Pascal Santailler, eveneens afkomstig uit de Beaujolais (en de naamgever van Gramenons Cuvée Pascal S.), die de ene na de andere fles opentrok van Marcel Lapierre, Jean Foillard, Guy Breton en Jean-Paul Thévenet. Voor de twintigjarige Philippe was dat een openbaring: was dít Beaujolais? Hij besloot het restaurantwerk achter zich te laten, want de grote wijnen lagen volgens hem niet in de kelders van de grote restaurants. Na een opleiding aan de wijnbouwscholen van Mâcon-Davayé en Tain-l’Hermitage, waar hij naar eigen zeggen vooral leerde ‘wat je allemaal níét moet doen’, begon hij in 1997 samen met Catherine een klein domein in Chasselas, op de grens van de zuidelijke Bourgogne en de noordelijke Beaujolais.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nDat was geen voor de hand liggend moment, want de Beaujolais zat midden in een crisis. Overproductie van goedkope Gamay met hoge opbrengsten had de druivenprijzen naar een historisch dieptepunt gedrukt, en veel wijnmakers in de streek konden nauwelijks overleven. Philippe en Catherine kozen voor het tegenovergestelde: zacht werk in de wijngaard, nauwgezet werk in de kelder, en wijnen die het eigen karakter van de noordelijke Beaujolais laten zien en lang kunnen rijpen. In de loop der jaren brachten ze een verzameling micropercelen bijeen rond Chasselas en Leynes, die inmiddels zo’n 5 hectare beslaan. Ze werken vanaf het begin biologisch. In 1997 maakten ze al één vat volledig zonder sulfiet (‘Baltailles Sauvage’); de rest kreeg, net als de jaargangen 1998 en 1999, bij het bottelen nog een minimale dosis, die jaar na jaar kleiner werd. Sinds 2000 voegen ze helemaal niets meer toe. Of zoals Philippe het zegt: ‘Een beetje gefilterd is gefilterd. Een beetje gezwaveld is gezwaveld. Als het nul is, is het nul!’ Ook voor de kwaliteit van de druiven legt hij de lat uitzonderlijk hoog: er wordt pas geoogst als de druiven, naar zijn oordeel, in perfecte conditie zijn. Daardoor gaan er soms hele jaren voorbij zonder dat Catherine en Philippe een oogst binnenhalen waar ze tevreden genoeg over zijn om er wijn van te maken voor de internationale markt. Des te groter is de vreugde in de jaren dat dat wél lukt!\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nOm die gaten op te vangen, werken Catherine en Philippe ook met wijnen van bevriende wijnmakers uit de Bourgogne, de Beaujolais en Zuid-Frankrijk. Daarbij komt Philippe’s ervaring als sommelier goed van pas. Hij selecteert wijnen van makers die volgens dezelfde principes werken als hij en Catherine, en brengt die uit onder zijn eigen label ‘Une Tranche’. Vergeleken met de domeinwijnen zijn deze wijnen meestal een tikje minder wild en bedoeld om jong te drinken. Een Une Tranche-wijn is op zijn minst biologisch en natuurlijk gevinifieerd, al wordt een enkele Une Tranche soms nog een klein beetje gesulfiteerd. Philippe werkt nauw met de wijnmakers samen en probeert hen te inspireren om volledig zonder sulfiet te gaan werken, en daarin heeft hij een indrukwekkend trackrecord. Het risico nemen Catherine en Philippe vervolgens zelf: ze kopen de wijnen af en brengen ze onder het Une Tranche-label op de markt. Zo vinden de wijnmakers hun weg naar de markt en bouwen ze niet alleen naamsbekendheid op, maar ook vertrouwen in hun eigen werkwijze en in het maken van wijn zonder toevoegingen. Dat vertrouwen, in de wijn, het proces en de kwaliteit van het fruit, is voor Philippe het allerbelangrijkste. Hij laat dan ook geen kans onbenut om de waarheid van de natuur te verkondigen en de mythes van de ‘grote wijnwereld’ onderuit te halen.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\n\u003cb\u003eOver de wijngaard\u003c\/b\u003e\u003cbr\u003e\nDe wijngaarden van Catherine en Philippe bestaan uit een verzameling micropercelen rond Chasselas en Leynes, op steile hellingen die bijna allemaal op het zuiden liggen, waardoor de druiven zelden moeite hebben om rijp te worden. Het duo werkt er met het grootste respect voor de natuurlijke gang van zaken: biologisch, of zoals Philippe het zegt, ‘logisch, zonder chemie’. Dat is voor hen minder een kwestie van ideologie dan van kwaliteit, want hoe levendiger en diverser de bodem, hoe complexer de wijn. Er wordt daarom maar af en toe geploegd, tussen de rijen en zonder tractor, en er wordt kort gesnoeid. Al het werk in de wijngaard gebeurt met de hand, en er wordt laat geoogst, ook in goede jaren: Philippe oogst nooit voordat ook de steeltjes rijp zijn.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nDe ligging van Chasselas is bovendien bijzonder. Het is het noordelijkste puntje van de Beaujolais, op de grens met de Bourgogne. Philippe’s perceel op de ‘Roche Noire’ is de meest noordelijke Gamay-wijngaard van de hele regio, en de grens tussen de Beaujolais en de Mâconnais (Bourgogne) slingert hier letterlijk door de vallei. Waar Gamay staat, valt de wijn onder de Beaujolais, en waar Chardonnay staat, onder de Bourgogne. De Chardonnay-percelen van Philippe, waar onder meer zijn Jambon Blanc vandaan komt, liggen dus eigenlijk op Bourgondisch grondgebied. De kalksteen van de Mâconnais loopt hier door naar het zuiden en het graniet van de Beaujolais naar het noorden; Leynes ligt daar precies tussenin, op een paar kilometer van Pouilly-Fuissé en Chaintré. ‘We hebben alle goede kanten van de Beaujolais én van de Bourgogne,’ grapt Philippe, ‘en daarom zijn we beter dan allebei. Maar dat kun je ze niet vertellen, want dan worden ze jaloers.’ Elk jaar organiseert Philippe in Leynes bovendien het natuurwijnsalon Biojoleynes.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nOok heeft Philippe percelen met stokken van meer dan honderd jaar oud. De opbrengst daarvan is minimaal, maar deze druiven hebben een diepgang en smaak die je bij jonge stokken tevergeefs zoekt.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\n\u003cb\u003eOver de wijnen\u003c\/b\u003e\u003cbr\u003e\nGeduld staat bij Catherine en Philippe hoog in het vaandel: ze oogsten laat en laten de wijnen lang rijpen. De maceraties met hele trossen duren lang, en de wijnen liggen vervolgens achttien maanden tot vijf jaar (en soms veel langer) op vat, zonder bijvullen, voordat ze ongefilterd en zonder sulfiet worden gebotteld. Een wijn gaat pas de fles in als hij er echt klaar voor is. Die lange, oxidatieve opvoeding is voor Philippe ook de reden dat hij geen sulfiet nodig heeft: de zogenaamde ‘fouten’ die vaak met zero-zero-wijn worden geassocieerd, verdwijnen in het vat vanzelf. Een piek in vluchtige zuren kan een jaar of twee duren en daarna weer verdwijnen, terwijl wie op dat moment sulfiet toevoegt, die vluchtigheid er nooit meer uit krijgt. Philippe zoekt zelfs bewust zoveel mogelijk vluchtigheid op, net onder de grens waarop je het proeft: ‘Dan gaat een wijn naar je hoofd, en naar je hart.’ Daardoor hebben de wijnen een diepte en complexiteit die alleen met veel tijd en rust te bereiken is. De gecontroleerde blootstelling aan zuurstof geeft ze bovendien een rijk, oxidatief en complex karakter en maakt ze gastronomisch breed inzetbaar.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nIn de kelder wordt volop geëxperimenteerd, en de cuvées verschillen van jaargang tot jaargang. Zo blendde Philippe ooit een Chardonnay uit 2004 met edele rot, die acht jaar op vat had gelegen, met een Gamay uit 2011. ‘Bij Philippe proef je misschien wel de toekomst,’ merkte een Bourgondische wijnmaker eens op. Fruitigheid alleen is voor Philippe niet het doel: hij wil het terroir laten spreken en wijnen maken die kunnen rijpen, ook van crus die elders als primeur worden gedronken.\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\nIn augustus 2026 waren we te gast bij Catherine en Philippe, en Philippe nam ons mee in een bijzonder inspirerende blindproeverij. We proefden zeven wijnen, allemaal blind, en op zijn verzoek in stilte. Zo proefden we zonder vooroordeel of beïnvloeding en konden we de wijnen in alle rust analyseren. In het rijtje stonden zowel domeinwijnen als Une Tranche-wijnen, en ze kwamen stuk voor stuk ontzettend energiek uit de fles. De verschillen tussen de twee reeksen waren uiteraard goed te proeven. De domeinwijnen waren rijpe, grote, oxidatieve meesterwerken: soms blends van meer dan tien jaargangen, of wijnen die meer dan zes jaar op vat hadden gelegen voordat ze werden gebotteld. De Une Tranche-wijnen leunden over het algemeen meer op jong fruit, al zaten er ook een paar tussen met lange houtrijping en een oxidatieve toets. In de kelder proefden we met Philippe nog wijnen uit vat, van kort (2 tot 5 jaar op vat…) tot lang gerijpt (20 tot 25 jaar op vat…!). Volgens Philippe waren veel van die vaten al jaren niet meer bijgevuld, en stond de wijn er niet hoger dan halverwege in. Over geduld gesproken…\u003cbr\u003e\n\u003cbr\u003e\n\u003cu\u003e\u003ca href=\"https:\/\/notdrinkingpoison.substack.com\/p\/philippe-jambon-if-its-zero-its-zero\"\u003eInterview met Philippe Jambon door Not Drinking Poison\u003c\/a\u003e\u003c\/u\u003e\u003cbr\u003e\n\u003cu\u003e\u003ca href=\"https:\/\/www.instagram.com\/domainephilippejambon71\/\"\u003eInstagram van Catherine en Philippe Jambon\u003c\/a\u003e\u003c\/u\u003e","products":[],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0953\/6467\/7973\/collections\/3239.jpg?v=1793035340","url":"https:\/\/zuiverwijnen.nl\/collections\/domaine-philippe-jambon.oembed","provider":"Zuiver Wijnen","version":"1.0","type":"link"}